Beste lezer,
26 september 2009
Verhuizing
24 april 2009
Een persoonlijk relaas, deel 14
De serie verhalen van een persoonlijk relaas gaan over het verloop van de terminale ziekte ALS en alles waar je dan als zorgvrager mee geconfronteerd wordt. Vandaag deel 14.
Afgelopen vrijdag gingen we met Johan naar het mca voor een scan en een masker. Hij zou namelijk bestraald worden in verband met abnormale speekselvloed. De maandag erop de eerste 2 bestralingen en op de dinsdag hetzelfde. Johan kon er erg goed mee omgaan en ook de huisarts was onder de indruk. Om 17.30 de dag erna begon ons feest echter. Johan werd ontzettend misselijk en beroerd, dat wil je niet weten. Primperan supp (tegen de misselijkheid) hielp niet, dus huisartsenpost werd gebeld maar die namen niet op. Naar de ehbo van het ziekenhuis dan maar. Dat was echter niet volgens het protocol en we kregen de kleurcode geel; langere wachttijd. Die wachttijd werd 1 uur dus. Johan werd steeds beroerder en ik ging ondertussen op jacht naar een rolstoel. De verpleegkundige kwam kijken en we mochten gelijk een behandel kamer in. We hebben daar gezeten tot 22.45 ‘s avonds. Een beetje bloed afgenomen en een unrinetest. Johan mocht na overleg met de neuroloog naar een bed op zaal met vier mensen. Ik zei nog nog tijdens het snelle intakegesprek (er was tijdsgebrek ivm de overdracht) wat je nu doet is geen goed plan. Johan op zaal met 4 andere mensen plaatsen.Hij maakt herrie en dan is het zaaltje te klein. Mevrouw wij weten wel wat we doen hoor.
Prima, dan zoek je het lekker uit op je gemak dacht ik en ik stemde in met de woorden je bent gewaarschuwd. De volgende dag lag Johan op een 1 pers kamer want hij "was zo onrustig en angstig"
Hij ging twee dagen aan het infuus met primperan en een zout/suiker oplossing. Om de bijwerkingen van de bestraling te dempen dus. Nu was de planning dat hij op de woensdag weer bestraald moest worden en aangezien we geen spullen mee hadden genomen was ik er vrij vroeg. Op het aanrecht van keukenblok stond een beker met eten en een spuit klaar. De persoonlijk begeleidster kwam binnen met de opmerking; Johan wil niet eten. Ik kijk naar de spuit en zeg nee allicht niet want het is het verkeerde aansluitpunt. Ik neem wel van huis mee hoor. Ik kon weer naar huis voor Johan zijn eten.
Hij had alles in eigen beheer, waaronder ook de medicijnen.Komt er een co arts en die zegt; Johan heeft maar een pil he mevrouw? 1 pil ? Ik heb hier de viskoffer met zijn medicijnen en de beste man trok er gelijk een stoel bij van verbazing.Het was toch iets meer dan 1 pil. Waarom weet het ziekhuis zoiets niet?
23 april 2009
Het is wachten op branche organisatie 2.0
De brancheorganisaties van verschillende disciplines in de zorg werken onvoldoende samen. Door de angst voor ledenverlies werken zij vooral binnen de veilige muren van hun eigen domein. Zij stellen zich defensief op en werken vanuit de traditionele rol als unieke gesprekspartner van de overheid. Hierdoor komen nieuwe initiatieven en innovaties onvoldoende van de grond.
De marktontwikkelingen in de zorg leiden tot verschuivingen van de branchedomeinen en hebben geleid tot veel samenwerkingsverbanden op organisatieniveau. Ouderen- en jongerenzorg werken bijvoorbeeld samen met woningcorporaties. Brancheorganisaties in de zorg zijn slechts actief op hun eigen terrein. Kleine organisaties zijn bang om door grotere te worden overgenomen. Samenwerkingsverbanden bestaan vrijwel niet. Het risico is echter dat brancheorganisaties in hun eentje onvoldoende in staat zijn om de diverse belangen van de aangesloten leden te behartigen. En dat deze leden dan vertrekken om zelf hun zaken succesvol te regelen. De angst voor ledenverlies wordt zo door de defensieve houding werkelijkheid.
Brancheorganisaties moeten daarom weg van hun traditionele rol en openstaan voor ontwikkelingen in de omgeving. Dit betekent meer ondernemerschap tonen en actief de omgeving in de gaten houden. Welke verfrissende ideeën hebben andere brancheverenigingen (in de zorg of daarbuiten) en wat kan van deze ervaringen worden geleerd? Men hoeft echt niet alles zelf uit te vinden.
Brancheverenigingen moeten opnieuw positie kiezen. Daarvoor is het nodig de leden te segmenteren op basis van product/marktcombinaties en, voor de belangenbehartiging niet onbelangrijk, de inhoud van hun boodschappen. Daarmee wordt de focus van de organisatie en ook de potentiële meerwaarde helder voor de eigen leden. De leden en externe stakeholders moeten nadrukkelijk worden betrokken in het proces van vernieuwing. GGZ-Nederland bijvoorbeeld is vorig jaar op deze manier bewust de positioneringslag aangegaan.
De ‘nieuwe’ brancheorganisatie moet samenwerkingsverbanden aangaan met partners die aansluiten bij haar brancheactiviteiten en deze versterken. Dat kunnen andere zorgkoepels zijn, maar ook partijen als woningcorporaties in het kader van ouderenzorg of partijen op het gebied van bouw, installatie, ict en medische technologie. Een dergelijke brancheoverstijgende samenwerking leidt tot nieuwe, innovatieve zorgprocessen. Dat is goed voor de leden. Het laat tevens zien dat de zorgsector geen geïsoleerde en kostenverslindende ‘mammoettanker’ is. Het laat zien dat de zorg een sector die maatschappelijk geïntegreerde en klantvriendelijke oplossingen biedt. Dat is weer goed voor het imago van de sector.
Bij de noodzakelijke heroriëntatie moet ook de bestuurlijke organisatie en het verenigingsbureau door de mangel. Niet zelden zijn zij door de jaren heen behoorlijk ‘opgepompt’ en een bastion geworden met een eigen folklore. Dat in stand houden lijkt eerder het doel dan bijdragen aan het succes van de leden. Klant-, markt- en resultaatgerichtheid waren eerder niet zo belangrijk als in de huidige tijd van marktwerking. Kennis, kunde en vaardigheden op deze terreinen zijn nu onontbeerlijk. Leiderschap is nodig. Niet alleen om de boel bij elkaar te houden, maar vooral om de omslag te maken van een maatschappelijke organisatie naar een herkenbare ondernemersorganisatie met maatschappelijke verankering. Het adagium ‘regeren is vooruitzien’ is van de vorige eeuw. Nu gaat het om ‘vooruitzien is regeren’. Wie durft?
Roelf van Run, Verenigingsmanager Wissenraet van Spaendonck (www.wispa.nl)
Ik ben zelf verzeild geraakt in een beginnende samenwerking met een branche organisatie, in verband met ZZP-er in de zorg. Ik ben binnen mijn netwerk weleens gewaarschuwd voor de niet overstijgende houding die branche organisaties in de zorg aannemen en dit artikel bevestigd die waarschuwing. Aan de andere kant zijn mijn praktijkervaringen juist het tegenovergestelde op dit moment. Een frisse, open houding, waar er enthousiast wordt nagedacht over wijzes van samenwerking. De vraag is natuurlijk of die samenwerking op een gegeven moment gedefinieerd gaat worden en officieel wordt, maar tot op heden ervaar ik het bovenstaande niet op die wijze. Toch is het jammer dat de organisaties onderling niet meer de handen ineenslaan. Ik geloof namelijk dat dat gedeelte van het stuk wel klopt. Zou het bezit van leden dominant zijn aan de belangen die er vertegenwoordigd worden? Ik kan me het niet voorstellen, al zie ik inderdaad geen overkoepelende pogingen om door organisaties samen belangen te gaan verdedigen. Laat ik dan maar uitgaan van mijn eigen ervaringen en zelf inzetten op samenwerking. Ik ben benieuwd.
Ik ben als ondernemer werkzaam in de zorg via mijn bedrijf Lexcellence Care en ben op zoek naar collega ondernemers die zich bij mij willen aansluiten. Wil jij ook ondernemen in de zorg? Start met het lezen van mijn boek.
22 april 2009
Een slechte ervaring 2
21 april 2009
De crisis en de zorg
20 april 2009
Initiatief; Zorgwelzijnplein
17 april 2009
Zorgmanager van het jaar
16 april 2009
Een persoonlijk relaas, deel 13
15 april 2009
50% bezuinigen op de zorgsector? Het kan.
14 april 2009
Besparingen WMO aangewend voor begeleiding
Gemeenten krijgen extra geld voor mensen die door bezuinigingen op de AWBZ-hulp bij de gemeentelijke zorgverlening moeten aankloppen. Staatssecretaris Jet Bussemaker VWS heeft met de gemeenten afgesproken dat ze daar bijna € 130 miljoen voor krijgen, zei ze op 1 april 2009 in de Tweede Kamer.
De staatssecretaris wil dat alleen mensen die echt niet zonder kunnen, nog in aanmerking komen voor begeleiding die wordt betaald uit de volksverzekering AWBZ. Een deel van de AWBZ-klanten die hun zorg in rook zien opgaan, kan bij de gemeente terecht voor huishoudelijke hulp. Om de gemeenten daar niet de dupe van te laten worden, krijgen ze er geld bij. De Kamer besprak met Bussemaker een wetswijziging die dit moet indammen. Veel mensen die thuiszorg nodig hebben, zitten niet te wachten op de alfahulpen omdat ze dan formeel werkgever worden. Dit betekent wel dat de gemeenten straks meer geld kwijt zullen zijn aan de huishoudelijke hulp. De Kamer bleek zich daar zorgen over te maken, waarop de staatssecretaris kon melden dat ze daar met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) net afspraken over had gemaakt.
Verdere afspraken Naast de € 130 miljoen krijgen gemeenten een bedrag van € 127 miljoen voor het opvangen van de gevolgen van de AWBZ-pakketmaatregel en de grote financiële verschillen tussen gemeenten. In 2009 krijgen gemeenten een incidentele bijdrage van € 29 miljoen voor de eerste gevolgen van de AWBZ-pakketmaatregel. De middelen zijn grotendeels afkomstig uit het overschot dat naar verwachting ontstaat op het Wmo-budget 2008. Het SCP heeft voorlopige berekeningen bekend gemaakt waaruit blijkt dat gemeenten in 2008 € 257 miljoen van het budget voor huishoudelijke hulp niet hebben uitgegeven. De € 127 miljoen voor de compensatie van de Pakketmaatregel AWBZ worden uit het macrobudget voor de huishoudelijke hulp gehaald en in het Gemeentefonds gestort.
Grote verschillen Een complicatie is dat de verschillen tussen gemeenten groot zijn. Maar liefst 20% van alle gemeenten, de zogenaamde nadeelgemeenten, kwam in 2008 niet uit met het budget voor huishoudelijke hulp en moest er uit eigen middelen geld op toeleggen. Aan de andere kant staan gemeenten die de eerste 2 jaar van de Wmo veel reserves hebben opgebouwd. Om deze situatie enigszins recht te zetten is afgesproken dat een deel van de € 127 miljoen die voor de pakketmaatregel beschikbaar komt, gebruikt wordt om de nadeelgemeenten gedurende twee jaar te compenseren. Het overige deel komt beschikbaar voor alle gemeenten. De verwachting is dat de onderlinge verschillen tussen de gemeenten in de toekomst zullen afvlakken doordat de tarieven voor huishoudelijke hulp steeds meer naar elkaar toe zullen groeien.
Definitieve berekeningen In het najaar van 2008 komt het SCP met de definitieve berekeningen. Dit zogenaamde najaarsadvies kan nogal afwijken van het voorjaarsadvies. Vorig jaar bleek in het definitieve advies dat gemeenten in 2007 € 80 miljoen meer hadden uitgegeven aan huishoudelijke hulp dan in het voorjaarsadvies door het SCP was berekend. Staatssecretaris Bussemaker is niet bereid in het najaar met extra geld over de brug te komen, mocht dan blijken dat gemeenten minder over hielden in 2008 dan nu voorspeld. In eerste instantie wilde de staatssecretaris voor het jaar 2009 € 20 miljoen beschikbaar stellen voor de invoeringskosten van de pakketmaatregel. Onder zware druk van de VNG is dat bedrag met € 9 miljoen verhoogd.
10 april 2009
Philadelphia stevent af op interventie
9 april 2009
Slag onder thuiszorgorganisaties gaat door
8 april 2009
Ondernemerschap in de praktijk; 9
7 april 2009
Tussenstand ZZP convenant
Kwaliteitseisen aan de zorglevering moeten voor alle zorgaanbieders gelijk zijn: zowel voor zorgorganisaties als voor bemiddelingsbureaus en ZZP-ers. Het kwaliteitskader Huishoudelijke Hulp heeft alleen zin als dit geldt voor alle aanbieders. ActiZ pleit voor duidelijkheid van het ministerie van VWS over het gelijke speelveld tussen alle partijen. Dat stelt ActiZ in antwoord op de aantijging van staatssecretaris Bussemaker dat ActiZ nieuwe voorwaarden stelt aan de ondertekening van het Kwaliteitskader huishoudelijke hulp. ActiZ stelt echter geen nieuwe voorwaarden, maar herhaalt zijn vraag om duidelijkheid. ActiZ had eerder de ondertekening van het kwaliteitskader Huishoudelijke Hulp verbonden aan het ontstaan van een gelijk speelveld tussen alle aanbieders van huishoudelijke hulp. De gelijkheid kwam namelijk in het gedrang door het zogenaamde ZZP-convenant. Daarin kregen bemiddelingsbureaus dezelfde rechten als zorgaanbieders, maar hoefden zij niet aan dezelfde kwaliteitseisen te voldoen. De rechter heeft dit convenant strijdig met de AWBZ, de Kwaliteitswet en de WTZi verklaard. Met de uitspraak in het kort geding is echter het probleem van het gelijke speelveld niet opgelost. Dit hangt af van nadere regelgeving van het Ministerie van VWS. Inzet ZZP-ers Naast de WMO zijn ZZP-ers ook actief in de kraamzorg en AWBZ-zorg. ActiZ wil graag de discussie voeren over de positie van ZZP-ers en de kwaliteitseisen op al deze terreinen. Het is tot nu toe niet duidelijk hoe het Ministerie van VWS denkt om te gaan met het ongelijke speelveld tussen zorgorganisaties, bemiddelingsbureaus en ZZP-ers. Wie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg en welke eisen worden daar aangesteld? ActiZ is van mening dat aan alle aanbieders van zorg, dus ook ZZP-ers, dezelfde eisen moeten worden gesteld. Dat is in het belang van de cliënt en voorkomt valse concurrentie. Kwaliteitseisen Om die reden heeft ActiZ (vooralsnog) de ondertekening van het kwaliteitskader hulp bij het huishouden afgewezen. ActiZ vindt het een goede zaak als ook ZZP-ers aan de slag kunnen in de zorg. Maar zij moeten dan wel aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen als zorgorganisaties en verantwoording afleggen over de kwaliteit van zorg. Als deze eisen en voorwaarden niet of niet volledig voor ZZP’ers gelden, dan dienen deze, volgens ActiZ, evenmin te gelden voor zorgorganisaties. ActiZ roept de Tweede Kamer en staatsecretaris Bussemaker op om met structurele oplossingen te komen die recht doen aan de belangen van cliënten, ZZP-ers en zorgorganisaties.
